De put…

Nu de dagen weer langer worden en het zonnetje meer schijnt, wordt mijn humeur met de dag beter. Ik kan er zelfs soms van genieten als de kinderen me ‘s ochtends om half 7 schaterlachend wakker maken. De dagen dat mijn verstand een constant gevecht leverde met mijn gevoel zijn voorbij. Mijn verstand en gevoel zitten weer op één lijn. Ik kan niet in woorden uitdrukken hoe fijn dat is; hoeveel rust dat geeft.

Ik was zo iemand waarvan niemand verwachtte dat ik in een depressie zou kunnen raken. Ik lachte soms meer dan goed voor mij (en mijn omgeving) was en genoot met volle teugen van het leven en het moederschap. Dat één “simpele” gebeurtenis zoiets compleet zou kunnen veranderen, had ik niet verwacht. Sterker nog, ik had je voor gek verklaard, als je het me had verteld.

Ik stuitte in mijn omgeving tijdens mijn depressie op het nodige onbegrip. Waarom knapte ik niet wat sneller op en waarom bleef ik zo in het verleden hangen? Ik hield die depressie gewoon zelf in stand, door me op te sluiten in huis en me volledig op de kinderen te storten.  Ik zocht geen hulp bij psychologen of andere hulpverleners, dus ik wílde gewoon niet beter worden. Ik moest me niet zo aanstellen.

Zelfs de enkele keren dat ik hardop uitsprak wat er in me omging, was er niemand die me echt leek te begrijpen op een vriendin in exact dezelfde situatie na. En dat begrip is fijn, heel fijn, maar zo iemand wil je dan ook weer niet teveel belasten met je eigen shit, omdat je weet dat ze al genoeg aan haar hoofd heeft. Loze kreten als “laat het me weten als ik iets voor je kan doen” heb ik genoeg gehoord, maar owee als je dan daadwerkelijk om hulp vraagt. Als je denkt dat je op je dieptepunt zit, durf je pas om hulp te vragen. Als je dan nul op het rekest krijgt, blijk je nog dieper te kunnen vallen.

De put waarin je voor je gevoel zit, lijkt oneindig diep. Je weet dat er licht is boven, maar je ziet het niet. Je voelt dat er boven mensen naar je staan te kijken, maar ze helpen je niet. Sommige duwen je zelfs terug in die put, als je net de kracht hebt verzameld een stukje naar boven te klimmen. Je bent alleen en je kunt geen kant op. Dieper zinken kan niet en de kracht om omhoog te klimmen is er niet of nauwelijks. En dan komt er ineens die dag, dat je merkt dat je een heel stuk omhoog geklommen bent. Je ziet zelfs weer licht boven je en dat geeft moed. Moed om verder te klimmen.  Je hoort bekende stemmen, afentoe zelfs vrolijke muziek. Je ziet het zonnetje weer schijnen en bereikt langzaam de rand van de put. Je bent nog niet waar je zijn moet, maar je kunt in ieder geval weer van het leven genieten en je aan de rand van die put vasthouden. Kostte wat het kost zul je daar blijven hangen. Terug wil je niet meer. Terug ga je niet meer.

En daar zit ik nu. Op de rand van die put. Te genieten van alle mooie dingen die het leven te bieden heeft, maar nog steeds met de angst dat ik achterover val. Me angstvallig vast te houden aan de rand en stiekem afentoe een paar stappen de wereld in zetten om te voelen dat ik weer leef.

Stralend van geluk kijk ik naar mijn kinderen, die me overladen met hun onvoorwaardelijke liefde. Waar ik het aan verdiend heb, weet ik niet. Een hele tijd ben ik allesbehalve een leuke moeder voor ze geweest. Zij zijn mijn alles. Mijn wereld, mijn leven. En het leven is mooi. Nog steeds.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.