Het vervolg…

Twintig over negen was het toen ik daar lag. Twintig minuten later was het, toen mijn man me vond. Compleet van de wereld. Stuiptrekkend, onder de bulten, schaafwonden en een kapot gebeten tong. Wat niemand meer had verwacht, gebeurde toch nog. Ik kreeg een insult, dat me bijna fataal werd.

De eerste maand is een hel. Trots ga je voor het eerst zelf onder de douche staan om vervolgens huilend te roepen om je moeder omdat je in elkaar zakt. Alle schaamte voorbij zit je daar dan, in de douchebak, met je moeder die liefdevol je haar uitspoelt. Prima als je 2 bent, niet op je 27e…  Als de kinderen ‘s nachts huilen en ik M. graag wil laten slapen, probeer ik even naar hun kamer te lopen. Ik zak op de gang in elkaar en gelukkig is ‘ie daar weer. Helpt me overeind, legt me in bed, spreekt me streng toe en zorgt wéér voor zn kinderen. Hij heeft geen moment rust.

Alle clichés blijken te kloppen, want ja het is druk, met een peuter en twee baby’s in huis. En wat kun je weinig doen, tussen al het voeden en zorgen door. En ja, je krijgt er veel voor terug. Die geweldige eerste, tandenloze grijnsjes, kleine handjes die grijpen naar je als je in de buurt bent en een klein mannetje dat een geweldige grote broer blijkt te zijn. Maar oh, wat heb ik in stilte geleden. En die stilte, die ga ik nu doorbreken. Er moeten meer moeder zijn die in deze situatie gezeten hebben, dat kan niet anders…

Ik raakte depressief, na mijn bevalling. Zo, dat is eruit. En wat bleek ik een acteertalent te hebben, want 6 maanden lang dacht iedereen in mijn omgeving dat het zo goed met me ging. Dat ik een supermama was, want ja, de kinderen kregen gewoon op tijd hun eten, mijn huisje was meestal toonbaar en de was lag schoon in de kasten. 

Ik was allesbehalve die supermama. Als M. ‘s ochtends de deur uitging, zat ik huilend op de trap. Me af te vragen hoe ik in hemelsnaam weer een dag door moest komen. Hoe ik het gehuil van de tweeling nog een dag aan kon horen of hoe ik de was weer schoon in de kasten moest krijgen. Mijn gevoel strookte niet met de feiten; ik had die tweeling toch echt op de wereld gezet, maar het voelde ‘niet eigen’. Elke dag opnieuw werd ik geconfronteerd met de beperkingen die dat insult met zich meebracht. Elke dag zag ik mezelf meer veranderen in het soort moeder dat ik niet wilde zijn…

Ik runde het huishouden op de automatische piloot en schakelde mn gevoel uit. Ik ging naar bed zodra M. thuis kwam. Ik was moe. Wat zeg ik? Ik was op. Leeg. Ik sliep elke nacht ruim 14 uur en het leek wel alsof dat nog steeds te weinig was. Voor het eerst sinds ik moeder ben heb ik behoefte aan tijd voor mezelf. Geniet ik van de rust als ik boodschappen haal of als ik met mn zus ga winkelen. Kijk ik al weken uit naar een gezellig uitje met vrienden of een etentje met een vriendin.

Inmiddels zijn we bijna 8 maanden verder. De afgelopen 8 maanden stonden in het teken van herstellen en wennen aan ons nieuwe gezin. Dat lukt. Elke dag ben ik een beetje gelukkiger en meestal kan ik ‘s avonds tevreden terug kijken op de dag. Bij vlagen gaat het wat minder en ben ik heel blij met lieve vrienden waar ik even mijn hart kan uitstorten en die me begrijpen. Die voor de 100e keer luisteren naar mijn verhaal en daarna een (soms virtuele) arm om me heen slaan.

Ik durf het vanaf nu weer hardop te zeggen: het leven is mooi! En ik meen het nog ook.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.