Twintig over negen…
01 okt 2010 8 reacties
Zaterdagochtend. Ik heb net een telefoontje gehad van de couveuse-afdeling dat het goed gaat met mijn kindjes en dat ik later op de dag even naar ze toe kan. Ik voel me zo fit als je je maar kunt voelen na een tweelingbevalling en sta op om mijn tanden te poetsen. Als ik terug plof op het oncomfortabele ziekenhuisbed bedenk ik me dat ik R. wel eens een smsje kan sturen. Ik sms iets in de trant van “ik voel me prima en ik hoop dat ik vandaag naar huis kan”. En dan gaat het mis. Ik voel dat ik geen controle meer heb over mijn spieren, kan nog een laatste blik op de klok werpen en zie dat het 9.20u is. Twintig over negen… ‘ik ben er geweest’ schiet er door me heen… ’het duurt nog 40 minuten voor er weer iemand deze kamer binnen zal lopen’. En dan wordt het zwart.
Een half uur later kom ik langzaam bij. Op de grond. Aan twee infusen, in een kamer vol medisch personeel en piepende apparatuur. M zit achter me de op grond en zegt dat ik rustig moet zijn en moet stoppen met me verzetten. Hij blijft maar herhalen ‘rustig, ik ben bij je… doe rustig, schat, ik ben er’. Ik word rustig van zn stem en zak weer weg. Ik hoor nog iemand roepen ‘nee, hier blijven, hier blijven!’ maar ik ben zo moe. Ik kan én wil me niet verzetten tegen die allesoverheersende slaap. Weer een half uur later kom ik bij en lig ik op bed. Vaag kan ik me herinneren dat ze me op bed gelegd hebben en dat ik weer magnesium heb gehad, waardoor ik me weer zo beroerd voelde als net voor de bevalling. Ik zie dat ze bezig zijn met nóg zo’n infuus en hoor mezelf met dubbele tong zeggen ‘nee, niet nog een keer’. De verpleegster stelt me gerust, houdt mn hand vast en gaat naast me zitten. Ze wijkt blijkbaar de hele dag niet van mn zijde, dat kan ik me echter niet herinneren.
Mijn ouders komen ‘s avonds op bezoek en schrikken van hoe ik er bij lig. Mijn vader probeert een grapje te maken, ik probeer te lachen. Ik zie de emotie in zn ogen en zeg dat ‘ie naar huis moet gaan. Ik wil slapen…
In de dagen die volgen heb ik blijkbaar mn kinderen gezien, waarvan één een behoorlijk slechte start maakte. Ik kan het me niet of slechts vaag herinneren. Wat ik me wel herinner zijn de naalden, het eeuwige gepiep in de kamer van het infuus en de bloeddrukmeter die elke 10 minuten zn werk deed om te kijken of mn bloeddruk stabiel bleef. Het moment dat ik mn kinderen voor het eerst bewust zag, vergeet ik nooit meer. Wat waren ze klein. En mooi. Helaas was het maar van korte duur. Ik werd duizelig, kon het licht niet verdragen en viel bijna flauw op de couveuse-afdeling. Ze brachten me weer naar beneden, waar ik weer dagenlang in een donkere kamer lag. De kleine meisjes werden afentoe naar mij gebracht, zodat ik ze toch even kon aanraken…
Dan de grote dag. Ik mag naar huis. De meiden mogen naar huis. Waar ik eerst niet kon wachten om weer in mijn eigen bed te slapen, werd ik zo vlak voor mijn ontslag steeds angstiger. Elk pijntje, alles wat ik voelde was voor mij een teken dat het weer mis zou gaan. Wel honderd keer verzekerden ze me in het ziekenhuis dat dat écht niet zou gebeuren. Ik geloofde het niet; verzekerden ze me niet ook dat de kans op een insult volledig geweken was, toen ik de 48-uurs grens voorbij was? Thuis knapte ik zienderogen op. De schommelende bloeddruk is nog niet onder controle, verder heb ik, op wat kleine dingetjes na, nergens meer last van. Iedereen was verbaasd over mijn herstel. Lichamelijk gaat het inderdaad prima met me, maar ik… ik heb het nog steeds lastig als de klok 9.20u aangeeft.
U zei...