De put…
19 mrt 2011 6 reacties
Nu de dagen weer langer worden en het zonnetje meer schijnt, wordt mijn humeur met de dag beter. Ik kan er zelfs soms van genieten als de kinderen me ‘s ochtends om half 7 schaterlachend wakker maken. De dagen dat mijn verstand een constant gevecht leverde met mijn gevoel zijn voorbij. Mijn verstand en gevoel zitten weer op één lijn. Ik kan niet in woorden uitdrukken hoe fijn dat is; hoeveel rust dat geeft.
Ik was zo iemand waarvan niemand verwachtte dat ik in een depressie zou kunnen raken. Ik lachte soms meer dan goed voor mij (en mijn omgeving) was en genoot met volle teugen van het leven en het moederschap. Dat één “simpele” gebeurtenis zoiets compleet zou kunnen veranderen, had ik niet verwacht. Sterker nog, ik had je voor gek verklaard, als je het me had verteld.
Ik stuitte in mijn omgeving tijdens mijn depressie op het nodige onbegrip. Waarom knapte ik niet wat sneller op en waarom bleef ik zo in het verleden hangen? Ik hield die depressie gewoon zelf in stand, door me op te sluiten in huis en me volledig op de kinderen te storten. Ik zocht geen hulp bij psychologen of andere hulpverleners, dus ik wílde gewoon niet beter worden. Ik moest me niet zo aanstellen.
Zelfs de enkele keren dat ik hardop uitsprak wat er in me omging, was er niemand die me echt leek te begrijpen op een vriendin in exact dezelfde situatie na. En dat begrip is fijn, heel fijn, maar zo iemand wil je dan ook weer niet teveel belasten met je eigen shit, omdat je weet dat ze al genoeg aan haar hoofd heeft. Loze kreten als “laat het me weten als ik iets voor je kan doen” heb ik genoeg gehoord, maar owee als je dan daadwerkelijk om hulp vraagt. Als je denkt dat je op je dieptepunt zit, durf je pas om hulp te vragen. Als je dan nul op het rekest krijgt, blijk je nog dieper te kunnen vallen.
De put waarin je voor je gevoel zit, lijkt oneindig diep. Je weet dat er licht is boven, maar je ziet het niet. Je voelt dat er boven mensen naar je staan te kijken, maar ze helpen je niet. Sommige duwen je zelfs terug in die put, als je net de kracht hebt verzameld een stukje naar boven te klimmen. Je bent alleen en je kunt geen kant op. Dieper zinken kan niet en de kracht om omhoog te klimmen is er niet of nauwelijks. En dan komt er ineens die dag, dat je merkt dat je een heel stuk omhoog geklommen bent. Je ziet zelfs weer licht boven je en dat geeft moed. Moed om verder te klimmen. Je hoort bekende stemmen, afentoe zelfs vrolijke muziek. Je ziet het zonnetje weer schijnen en bereikt langzaam de rand van de put. Je bent nog niet waar je zijn moet, maar je kunt in ieder geval weer van het leven genieten en je aan de rand van die put vasthouden. Kostte wat het kost zul je daar blijven hangen. Terug wil je niet meer. Terug ga je niet meer.
En daar zit ik nu. Op de rand van die put. Te genieten van alle mooie dingen die het leven te bieden heeft, maar nog steeds met de angst dat ik achterover val. Me angstvallig vast te houden aan de rand en stiekem afentoe een paar stappen de wereld in zetten om te voelen dat ik weer leef.
Stralend van geluk kijk ik naar mijn kinderen, die me overladen met hun onvoorwaardelijke liefde. Waar ik het aan verdiend heb, weet ik niet. Een hele tijd ben ik allesbehalve een leuke moeder voor ze geweest. Zij zijn mijn alles. Mijn wereld, mijn leven. En het leven is mooi. Nog steeds.
Het vervolg…
15 dec 2010 11 reacties
Twintig over negen was het toen ik daar lag. Twintig minuten later was het, toen mijn man me vond. Compleet van de wereld. Stuiptrekkend, onder de bulten, schaafwonden en een kapot gebeten tong. Wat niemand meer had verwacht, gebeurde toch nog. Ik kreeg een insult, dat me bijna fataal werd.
De eerste maand is een hel. Trots ga je voor het eerst zelf onder de douche staan om vervolgens huilend te roepen om je moeder omdat je in elkaar zakt. Alle schaamte voorbij zit je daar dan, in de douchebak, met je moeder die liefdevol je haar uitspoelt. Prima als je 2 bent, niet op je 27e… Als de kinderen ‘s nachts huilen en ik M. graag wil laten slapen, probeer ik even naar hun kamer te lopen. Ik zak op de gang in elkaar en gelukkig is ‘ie daar weer. Helpt me overeind, legt me in bed, spreekt me streng toe en zorgt wéér voor zn kinderen. Hij heeft geen moment rust.
Alle clichés blijken te kloppen, want ja het is druk, met een peuter en twee baby’s in huis. En wat kun je weinig doen, tussen al het voeden en zorgen door. En ja, je krijgt er veel voor terug. Die geweldige eerste, tandenloze grijnsjes, kleine handjes die grijpen naar je als je in de buurt bent en een klein mannetje dat een geweldige grote broer blijkt te zijn. Maar oh, wat heb ik in stilte geleden. En die stilte, die ga ik nu doorbreken. Er moeten meer moeder zijn die in deze situatie gezeten hebben, dat kan niet anders…
Ik raakte depressief, na mijn bevalling. Zo, dat is eruit. En wat bleek ik een acteertalent te hebben, want 6 maanden lang dacht iedereen in mijn omgeving dat het zo goed met me ging. Dat ik een supermama was, want ja, de kinderen kregen gewoon op tijd hun eten, mijn huisje was meestal toonbaar en de was lag schoon in de kasten.
Ik was allesbehalve die supermama. Als M. ‘s ochtends de deur uitging, zat ik huilend op de trap. Me af te vragen hoe ik in hemelsnaam weer een dag door moest komen. Hoe ik het gehuil van de tweeling nog een dag aan kon horen of hoe ik de was weer schoon in de kasten moest krijgen. Mijn gevoel strookte niet met de feiten; ik had die tweeling toch echt op de wereld gezet, maar het voelde ‘niet eigen’. Elke dag opnieuw werd ik geconfronteerd met de beperkingen die dat insult met zich meebracht. Elke dag zag ik mezelf meer veranderen in het soort moeder dat ik niet wilde zijn…
Ik runde het huishouden op de automatische piloot en schakelde mn gevoel uit. Ik ging naar bed zodra M. thuis kwam. Ik was moe. Wat zeg ik? Ik was op. Leeg. Ik sliep elke nacht ruim 14 uur en het leek wel alsof dat nog steeds te weinig was. Voor het eerst sinds ik moeder ben heb ik behoefte aan tijd voor mezelf. Geniet ik van de rust als ik boodschappen haal of als ik met mn zus ga winkelen. Kijk ik al weken uit naar een gezellig uitje met vrienden of een etentje met een vriendin.
Inmiddels zijn we bijna 8 maanden verder. De afgelopen 8 maanden stonden in het teken van herstellen en wennen aan ons nieuwe gezin. Dat lukt. Elke dag ben ik een beetje gelukkiger en meestal kan ik ‘s avonds tevreden terug kijken op de dag. Bij vlagen gaat het wat minder en ben ik heel blij met lieve vrienden waar ik even mijn hart kan uitstorten en die me begrijpen. Die voor de 100e keer luisteren naar mijn verhaal en daarna een (soms virtuele) arm om me heen slaan.
Ik durf het vanaf nu weer hardop te zeggen: het leven is mooi! En ik meen het nog ook.
Twintig over negen…
01 okt 2010 8 reacties
Zaterdagochtend. Ik heb net een telefoontje gehad van de couveuse-afdeling dat het goed gaat met mijn kindjes en dat ik later op de dag even naar ze toe kan. Ik voel me zo fit als je je maar kunt voelen na een tweelingbevalling en sta op om mijn tanden te poetsen. Als ik terug plof op het oncomfortabele ziekenhuisbed bedenk ik me dat ik R. wel eens een smsje kan sturen. Ik sms iets in de trant van “ik voel me prima en ik hoop dat ik vandaag naar huis kan”. En dan gaat het mis. Ik voel dat ik geen controle meer heb over mijn spieren, kan nog een laatste blik op de klok werpen en zie dat het 9.20u is. Twintig over negen… ‘ik ben er geweest’ schiet er door me heen… ’het duurt nog 40 minuten voor er weer iemand deze kamer binnen zal lopen’. En dan wordt het zwart.
Een half uur later kom ik langzaam bij. Op de grond. Aan twee infusen, in een kamer vol medisch personeel en piepende apparatuur. M zit achter me de op grond en zegt dat ik rustig moet zijn en moet stoppen met me verzetten. Hij blijft maar herhalen ‘rustig, ik ben bij je… doe rustig, schat, ik ben er’. Ik word rustig van zn stem en zak weer weg. Ik hoor nog iemand roepen ‘nee, hier blijven, hier blijven!’ maar ik ben zo moe. Ik kan én wil me niet verzetten tegen die allesoverheersende slaap. Weer een half uur later kom ik bij en lig ik op bed. Vaag kan ik me herinneren dat ze me op bed gelegd hebben en dat ik weer magnesium heb gehad, waardoor ik me weer zo beroerd voelde als net voor de bevalling. Ik zie dat ze bezig zijn met nóg zo’n infuus en hoor mezelf met dubbele tong zeggen ‘nee, niet nog een keer’. De verpleegster stelt me gerust, houdt mn hand vast en gaat naast me zitten. Ze wijkt blijkbaar de hele dag niet van mn zijde, dat kan ik me echter niet herinneren.
Mijn ouders komen ‘s avonds op bezoek en schrikken van hoe ik er bij lig. Mijn vader probeert een grapje te maken, ik probeer te lachen. Ik zie de emotie in zn ogen en zeg dat ‘ie naar huis moet gaan. Ik wil slapen…
In de dagen die volgen heb ik blijkbaar mn kinderen gezien, waarvan één een behoorlijk slechte start maakte. Ik kan het me niet of slechts vaag herinneren. Wat ik me wel herinner zijn de naalden, het eeuwige gepiep in de kamer van het infuus en de bloeddrukmeter die elke 10 minuten zn werk deed om te kijken of mn bloeddruk stabiel bleef. Het moment dat ik mn kinderen voor het eerst bewust zag, vergeet ik nooit meer. Wat waren ze klein. En mooi. Helaas was het maar van korte duur. Ik werd duizelig, kon het licht niet verdragen en viel bijna flauw op de couveuse-afdeling. Ze brachten me weer naar beneden, waar ik weer dagenlang in een donkere kamer lag. De kleine meisjes werden afentoe naar mij gebracht, zodat ik ze toch even kon aanraken…
Dan de grote dag. Ik mag naar huis. De meiden mogen naar huis. Waar ik eerst niet kon wachten om weer in mijn eigen bed te slapen, werd ik zo vlak voor mijn ontslag steeds angstiger. Elk pijntje, alles wat ik voelde was voor mij een teken dat het weer mis zou gaan. Wel honderd keer verzekerden ze me in het ziekenhuis dat dat écht niet zou gebeuren. Ik geloofde het niet; verzekerden ze me niet ook dat de kans op een insult volledig geweken was, toen ik de 48-uurs grens voorbij was? Thuis knapte ik zienderogen op. De schommelende bloeddruk is nog niet onder controle, verder heb ik, op wat kleine dingetjes na, nergens meer last van. Iedereen was verbaasd over mijn herstel. Lichamelijk gaat het inderdaad prima met me, maar ik… ik heb het nog steeds lastig als de klok 9.20u aangeeft.
Bon voyage…
10 jul 2010 2 reacties
De dag dat ik besluit mijn weblog nieuw leven in te blazen is de dag dat hij het aardse voor het eeuwige gaat verruilen. Met tranen in mijn ogen las ik zojuist zijn blog op aanraden van een van mijn twittervrienden en ik kan niet anders zeggen dan dat ik enorm veel respect heb voor zijn moed. Meer dan ik ooit onder woorden zal kunnen brengen…
BMC, deel… ontelbaar.
11 jun 2009 5 reacties
Zaterdagochtend. Veel te vroeg. Ergens in de verte herken ik het geluid van een binnenkomend smsbericht. Met mn ogen dicht sla ik op mijn nachtkastje om op de tast mijn telefoon te vinden. Eenmaal gevonden moet ik toch mijn ogen openen en zie een sms van haar. Das waar ook! Het is BMC-tijd! De zware avond (en nacht) zijn in één klap helemaal vergeten. Ik spring uit bed, onder de douche, kleed me aan en zie in een volgend smsbericht dat zij zoals gewoonlijk niet probleemloos haar weg naar Limburg weet te vinden. Overigens ligt dat nooit aan haar haar. Of aan mij. Meestal is het de schuld van de NS. Of het weer. Of beiden. Rijkswaterstaat wil ook nog wel eens een duit in het spreekwoordelijke zakje doen en auto’s die plotseling technische gebreken vertonen zijn ons ook niet onbekend. Deze keer gooide de VID roet in het eten door ineens te melden dat de A2 even afgesloten werd. Gelukkig werd ook al snel duidelijk dat de terugweg (een dag later wel te verstaan) ook niet soepel zou verlopen door een afsluiting op diezelfde A2, maar dan op een andere plek. Natuurlijk. Tot zover de voorspelbare stukken van ons BMC-avontuur.
‘s Avonds was het dan eindelijk zover. We gingen weer eens op stap. Naja… eindelijk… Ik was de dag ervoor nog geweest en probeerde met een dikke laag plamuur de zichtbare tekenen van een zware stapavond te verbloemen. Effect had het niet, maar het ging om het idee natuurlijk.
Bob wilde graag rijden en daar had ik niet zoveel moeite mee. Ik ben altijd wel in voor een spannende attractie.
Nadat ik had gewaarschuwd dat de handrem er echt af moest en de verlichting toch echt aan, reed Bob weg. Met de handrem erop. De eerste lachstuip was een feit. Nadat we elkaar verbaasden door te bekennen dat we er schijnbaar allebei niet tegen kunnen als de volumeknop van de autoradio op een oneven aantal staat, was ik co-piloot en navigeerde ik Bob naar Valkenburg….
… wordt vervolgd….
Mannenperikelen…
24 mrt 2009 6 reacties
Vriendin L. stort haar hart bij me uit op msn. Ze wordt gek van haar vriend. ‘Het is net een spel’ besluit ze haar verhaal, ‘aantrekken en aftrekken’.
Waar we eerst nog bijna samen zaten te janken liggen we 2 tellen later dubbel om haar onbedoelde woordspeling.
De rode corsa…
20 mrt 2009 4 reacties
Mijn zusje werd verliefd. Verliefd op een nieuwe auto. Ze zette haar eigen auto te koop op allerlei sites en onder het mom van “baat het niet dan schaadt het niet” hing ze ook nog 2 a4tjes met te koop achter de achterraampjes. Een paar dagen later kwam ze hier op bezoek en kwam mijn overbuurjongen gelijk geinteresseerd vragen of de auto nog te koop stond. Weer een paar weken later reed mijn overbuurjongen in de auto.
Gisteren spraken zus en ik af om de hele middag te gaan wandelen. ‘Rond één uur ben ik bij je.’ Om één uur zie ik door het keukenraam de auto van mn zus langsrijden. Ik loop naar de voordeur, trek ‘m open en zie… de overbuurjongen.
Vanochtend reed mn vader langs. *ding dong* ‘Hey! Waar is je zus?’ Ik zei hem dat ik geen idee had. En dat had ik ook niet. ‘Ik zie haar auto daar toch staan, ze hoort op school te zitten nu!’ Ik stap naar buiten en zie de vertrouwde rode corsa staan. De rode corsa van de overbuurjongen.
U zei...